


Ergens in de straten van Paramaribo, de bruisende hoofdstad van Suriname, werd Anton de Kom geboren. Dit gebeurde in een tijd waarin Suriname nog onder het bewind van Nederland viel, en waar de schaduw van het recente slavernijverleden nog altijd tastbaar was. Zijn vader, geboren als slaaf op de Molhoop-plantage, was een levend bewijs van deze beladen geschiedenis. Anton behaalde zijn boekhouddiploma in Suriname, maar de kansen op een goede baan werden door het discriminerende beleid ernstig beperkt. Hij besloot daarom naar Nederland te vertrekken, op zoek naar een betere toekomst.
In 1921 zette Anton voet op Nederlandse bodem, waar hij in Den Haag werk vond bij een handelaar in koffie en thee. Hier, in het verre Nederland, ontmoette hij Petronella Borsboom. Hun liefde bloeide op, en in 1926 werden ze in de echt verbonden. In een tijd waarin Nederland nog grotendeels homogeen was, werd een gemengd huwelijk zoals dat van Anton en Nel beschouwd als een zeldzaamheid. Samen kregen ze vier kinderen.
Naast zijn dagelijkse werk begon Anton zich te ontwikkelen als schrijver en dichter. Hij voelde een diepe verontwaardiging over het gebrek aan kennis in Nederland over de geschiedenis van Suriname en het slavernijverleden. Hij begon lezingen te geven om bewustzijn te creëren over deze belangrijke onderwerpen. Geïnspireerd door de strijd tegen racisme in de Verenigde Staten en de gelijkheidsprincipes van communistische bewegingen in Nederland, begon hij kritische politieke artikelen te publiceren. Hij vond medestanders onder zijn communistische vrienden en voelde zich solidair met Indonesische studenten die streefden naar de onafhankelijkheid van Nederlands-Indië.
In 1932, toen zijn moeder op sterven lag, keerde Anton terug met zijn gezin naar Suriname. Daar zette hij zijn politieke activiteiten voort, maar zijn lezingen werden door de autoriteiten verboden. Hij richtte een adviesbureau op waar Surinamers van verschillende etnische achtergronden de weg naar hem vonden, en al snel kreeg hij de bijnaam 'papa De Kom'. Omdat de autoriteiten bezorgd waren over het groeiende verzet dat Anton met zijn activiteiten aanwakkerde, werd hij gevangengezet. Op 7 februari 1933 verzamelde zich voor de gevangenis een grote menigte om steun te betuigen aan De Kom. Soldaten openden het vuur, met twee doden en 22 gewonden als gevolg. Deze dag staat sindsdien bekend als 'Zwarte dinsdag'. Om verdere onrust te voorkomen, werd Anton de Kom verbannen uit Suriname en moest hij terugkeren naar Nederland.
In Nederland vond hij geen werk meer, maar zijn pen bleef scherp. In 1934 publiceerde hij zijn invloedrijke boek "Wij Slaven van Suriname," het allereerste geschiedenisboek over Suriname geschreven door een Surinamer. Het boek eindigde met een krachtig hoofdstuk over zijn eigen verbanning.
Helaas zou Anton de Kom zijn geliefde Suriname nooit meer zien. Tijdens de donkere dagen van de Duitse bezetting in Nederland, koos hij de zijde van het verzet. Hij schreef onder meer voor illegale communistische kranten, wat resulteerde in zijn arrestatie door de bezetters op 7 augustus 1944. Na een reeks gevangenschappen belandde hij uiteindelijk in concentratiekamp Sandbostel, waar hij op 24 april 1945 om het leven kwam.
Anton de Kom blijft een symbool van moed en strijd voor gelijkheid en rechtvaardigheid. In 2020 werd hij opgenomen in de Canon van Nederland, een overzicht van cruciale onderwerpen uit de Nederlandse geschiedenis. Een muurschildering ter ere van zijn nalatenschap prijkt nu op het Anton de Komplein in Amsterdam. Op 19 juni 2023 bood Wopke Hoekstra, de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, officiële excuses aan namens de Nederlandse regering aan de nazaten van Anton de Kom, als erkenning van het onrecht dat hem tijdens zijn leven was aangedaan.
Heb je suggestie voor dit verhaal?