


Wie dacht dat heropvoedingskampen alleen ver weg hun oorsprong vonden, heeft het mis. Ook Amsterdam kende een plek waar mensen niet welkom waren in de gewone stad – een plek waar armoede, ‘asociaal gedrag’ en afwijking van de norm werden weggestopt: Asterdorp.
Asterdorp werd in 1927 gebouwd aan de rand van Amsterdam-Noord, achter een hoge muur. Officieel heette het een ‘woonschool’, bedoeld om ‘ontoelaatbare gezinnen’ te heropvoeden zodat ze later weer in gewone woonwijken konden integreren. In werkelijkheid was het een geïsoleerde enclave, ver verwijderd van de stad, waar mensen op basis van armoede, werkloosheid, alcoholgebruik of afwijkend gedrag werden ondergebracht.
De huizen in Asterdorp waren goed gebouwd – volgens de Amsterdamse School – maar de bewoners hadden geen recht op privacy. Ze stonden onder constant toezicht van een opzichter, kregen regels opgelegd en werden als tweederangsburgers behandeld. Hun kinderen mochten niet zomaar naar gewone scholen. Asterdorp was geen buurt, het was een instelling.
In de loop der jaren groeide de kritiek op Asterdorp. Het idee dat armoede en gedrag ‘heropvoedbaar’ waren door isolatie en toezicht bleek onhoudbaar. In 1940, tijdens de bezetting, werd het dorp ontruimd en kreeg het een nieuwe, nog grimmiger bestemming: het werd doorgangskamp voor Joodse Amsterdammers op weg naar Westerbork en verder.
Vandaag is er nauwelijks iets van Asterdorp over. Slechts één woning staat er nog, als tastbare herinnering aan een vergeten hoofdstuk van sociale uitsluiting – midden in eigen land. Een hoofdstuk dat laat zien hoe dun de grens soms is tussen zorg en controle, tussen helpen en buitensluiten.
En dat enige gebouw? Dat is het poortgebouw waar we nu voor staan, op Asterdwarsweg 10.
Heb je suggestie voor dit verhaal?