
We staan bij de Leliegracht 58, waar ooit de groentewinkel van Van Hoeven zat. Vanuit deze winkel werd voedsel geleverd aan de onderduikers in het Achterhuis. Miep Gies en Bep Voskuijl kwamen hier vaak, meestal vroeg in de ochtend, om aardappelen, groenten en fruit te halen zonder aandacht te trekken. Van Hoeven wist dat het eten niet alleen voor het Opekta-kantoor bestemd was, maar ook voor de mensen daarboven. In juli 1944 werd hij echter opgepakt, omdat hij twee Joodse mensen in huis had genomen. Anne schreef daarover in haar dagboek: ‘Iedere dag wat anders, vanochtend is Van Hoeven gepakt, hij had twee Joden in huis. Het is een zware slag voor ons… De wereld staat hier op z’n kop… Ook voor ons is Van Hoeven een zeer zwaar gemis. Dat zal hongeren worden, maar alles is niet zo erg dan ontdekt worden.’
Heb je suggestie voor dit verhaal?