
We staan op de Nieuwe Keizersgracht en hier, op nummer 58, zat tijdens de oorlog het hoofdkantoor van de Joodsche Raad voor Amsterdam. Deze organisatie werd in februari 1941 door de Duitsers opgelegd en kreeg de taak om de Joodse gemeenschap te besturen, aanvankelijk alleen in Amsterdam, later in heel Nederland.
De Raad stond onder leiding van Abraham Asscher en David Cohen. Hij diende als schakel tussen de bezetter en de Joodse bevolking: het verspreiden van maatregelen, zoals de invoering van de Jodenster en oproepen tot deportatie, verliep via dit kantoor. Duizenden Amsterdammers moesten zich hier melden om stempels, reisvergunningen en distributiebonnen op te halen. Steeds vaker verzamelde zich een menigte wanhopige mensen voor dit pand, in de hoop toestemming te verkrijgen om te blijven.
De Raad bevond zich in een onmogelijke positie. Hoewel sommige leden probeerden verzending van mensen uit te stellen of vrijstellingen te regelen, werd de Raad ook gezien als medeplichtig aan het deportatiebeleid. Intern ontstond een bureaucratisch apparaat dat miljoenen identiteitspassen beheerde. Tegelijkertijd werkten mensen zoals Walter Süskind vanuit dit gebouw mee aan het verzet door namen van kinderen uit de administratie te wissen — zodat zij konden ontsnappen.
In september 1943 werd het leiderschap van de Raad, waaronder Asscher en Cohen, gedeporteerd en hield de Raad ermee op te bestaan. Het gebouw bleef achter als stille getuige van een ambt dat beïnvloed werd door dwang en dilemma's, waar mensen die zich hier hadden gemeld hun lot zagen beklinken.
Heb je suggestie voor dit verhaal?