

Langs de gracht aan de rechterkant, tussen nummer 40 en 44, bevinden zich de bijzondere Groenlandse pakhuizen uit 1620. Deze opslagplaatsen zijn werkelijk uniek in Amsterdam vanwege hun kenmerkende trapgevels en sierlijke versieringen. In vroeger tijden dienden ze als bewaarplaats voor goederen afkomstig van de walvisvangst. De kelders van deze gebouwen herbergden talloze met baksteen gemetselde reservoirs waar walvistraan werd opgeslagen. Een enkele reservoir kon wel tot 50.000 liter traan bevatten.
Walvistraan, ook wel bekend als smeer, werd verkregen door het uitkoken onder druk van voornamelijk het vetweefsel (blubber) van baleinwalvissen. Het was een kostbare olie die van de 17e tot diep in de 19e eeuw veelvuldig werd gebruikt als lampolie, bij zeepbereiding, kaarsenfabricage en zelfs als smeermiddel. De productie van traan was een van de belangrijkste drijfveren achter de walvisvaart.
Hoewel deze pakhuizen ooit een cruciale rol speelden in de handel van walvisproducten, hebben ze tegenwoordig een totaal andere gedaante aangenomen. Net als veel andere historische pakhuizen in de stad zijn ze omgetoverd tot luxe appartementen. Niettemin blijft de geschiedenis van deze unieke gebouwen bewaard en dragen ze bij aan het prachtige uitzicht langs de gracht.
Het is interessant om te weten dat de walvisvangst-industrie in Nederland in de negentiende eeuw tot een einde kwam vanwege het uitsterven van walvissen en veranderende economische omstandigheden. Tegenwoordig leggen we meer nadruk op het behoud van deze majestueuze dieren en in Nederland zijn ze dan ook zeldzaam.
Heb je suggestie voor dit verhaal?