Route Image 1 - Description

Het Gedoogdbeleid

--:--
--:--

Het gedoogbeleid rondom soft drugs in Nederland is een onderwerp dat al geruime tijd veel aandacht krijgt, zowel nationaal als internationaal. We gaan het hebben over de verkoop en het gebruik van softdrugs, zoals hasj en wiet. Maar wat houdt dit beleid nu precies in?

Terugkijkend naar het verleden, waren hasj en marihuana tot 1953 relatief onbekend in Nederland en was er geen noodzaak om drugs te verbieden. Er waren incidentele meldingen van Noord-Afrikaanse en Arabische handelaren die tijdens het roken van een joint werden aangetroffen, maar de drug had nog geen brede verspreiding in de samenleving.

Na de Tweede Wereldoorlog veranderde het beleid ten aanzien van hasj en marihuana. Met name Rotterdam en Amsterdam waren steden waar drugsgebruik gestaag toenam. In 1953 werd het bezit en de productie van deze hallucinerende planten strafbaar gesteld. Dit had echter weinig effect, en vanaf de jaren '60 nam het druggebruik alleen maar toe. In 1972 werd zelfs de eerste coffeeshop geopend in Amsterdam.

Het gedoogbeleid houdt in dat de verkoop en het gebruik van kleine hoeveelheden softdrugs niet legaal zijn, maar wel worden getolereerd onder bepaalde voorwaarden. Het is dus een soort gedoogconstructie. Coffeeshops kunnen softdrugs verkopen aan hun klanten op basis van deze constructie, op voorwaarde dat ze zich aan specifieke regels houden. Zo mogen ze bijvoorbeeld niet meer dan vijfhonderd gram hasj of wiet op voorraad hebben en is verkoop aan minderjarigen ten strengste verboden. Het gedoogbeleid geldt uitsluitend voor softdrugs; harddrugs zijn absoluut verboden in Nederland.

Elk jaar worden er in Nederland aanzienlijke hoeveelheden softdrugs verkocht. Het precieze aantal is moeilijk vast te stellen, omdat een groot deel van de verkoop plaatsvindt via de zogenaamde 'achterdeur'. Dit betekent dat coffeeshops hun voorraad softdrugs op illegale wijze verkrijgen. Naar schatting wordt er jaarlijks tussen de 200 en 500 ton softdrugs verkocht.

De legalisatie van de verkoop van hasj en wiet vond plaats in 1976. Deze stap werd genomen vanwege de toenemende criminaliteit die gepaard ging met de illegale handel in softdrugs. Door de verkoop van softdrugs te gedogen, hoopte men de criminaliteit te verminderen en meer controle te krijgen over de verkoop en kwaliteit van softdrugs.

Het gedoogbeleid heeft sindsdien zowel positieve als negatieve reacties opgeroepen. Voorstanders van het beleid benadrukken dat het bijdraagt aan de volksgezondheid en dat er minder criminaliteit is rondom de handel in softdrugs. Tegenstanders zijn daarentegen van mening dat het gedoogbeleid juist leidt tot meer drugsgebruik onder jongeren en dat de kwaliteit van de softdrugs niet altijd gegarandeerd kan worden.

Bovendien worden er regelmatig debatten gevoerd over de volledige legalisatie van softdrugs. Hierdoor kan er meer controle zijn op de kwaliteit en bijwerkingen van de drugs, en kan er belasting worden geheven, iets wat op dit moment nog niet gebeurt.

Heb je suggestie voor dit verhaal?