
In 1947 kreeg het woord 'Lieverdje' bekendheid dankzij journalist Henri Knap, die in het dagblad Parool schreef over een tienjarige jongen met een hart van goud. Deze jongen had een hondje van de verdrinkingsdood gered, en hij werd al snel 'Lieverdje' genoemd. Dit ene 'Lieverdje' werd al snel het symbool van het Amsterdamse straatschoffie - altijd op zoek naar kattenkwaad, maar met een kern van goedheid.
Toen een groep stadsgenoten een beeldje van de Amsterdamse beeldhouwer Carel Kneulman zag, herkenden ze hierin het ware Amsterdamse 'Lieverdje'. Hun initiatief om het beeld een plaats te geven in het stadscentrum faalde echter. Jaren later kreeg Henri Knap een opmerkelijk verzoek van een sigarettenfabrikant in Eindhoven, die zich afvroeg welk geschenk hij aan de inwoners van Amsterdam zou kunnen geven. Het antwoord van Knap was duidelijk: 'Zet Kneulmans 'Lieverdje' op het Spui.'
Sindsdien heeft het Lieverdje vele avonturen beleefd. In de jaren zestig diende het als trefpunt voor maatschappijvernieuwers, zoals de Provo-beweging, die hier hun 'happenings' organiseerden. Het beeld heeft zowel feestelijk versieringen als bekladding en ontvoeringen doorstaan. In de afgelopen jaren is het echter weer rustig rondom het 'Lieverdje'. Het beeld blijft een symbool voor de kenmerkende eigenschappen van Amsterdam: levendig, eigenzinnig en een tikkeltje ondeugend. Het staat daar op het Spui als een herinnering aan de straatwijsheid en onbevangenheid die de stad zo uniek maken.
Heb je suggestie voor dit verhaal?