
De naam doet misschien vermoeden dat dit gebouw al eeuwenlang onderdeel is van de stad, maar het Scheepvaarthuis bestaat iets meer dan honderd jaar. Toch voelt het monumentaal en tijdloos aan. We staan hier voor een van de opvallendste gebouwen van Amsterdam, een bakstenen reus die oogt als de boeg van een schip, klaar om uit te varen.
In 1916 betrokken zes grote rederijen dit pand als gezamenlijk hoofdkantoor. Het moest groots en prestigieus zijn — een plek waar reizigers hun droomreis konden boeken, in een sfeer van luxe. De loketten herinneren nog aan die tijd. Vanuit hier vertrokken passagiers naar Nederlands-Indië, Afrika, en zelfs New York of Japan. De inkomsten? Die verdwenen veilig in de kelderkluis.
Het gebouw is een schoolvoorbeeld van de Amsterdamse School. Architect Joan van der Mey, samen met Michel de Klerk en Piet Kramer, ontwierp een totaalkunstwerk. Alles ademt beweging en maritieme symboliek: gevelbeelden van ontdekkingsreizigers, scheepsornamenten in het houtwerk, en glas-in-loodramen als zeilen in de wind.
Na de Tweede Wereldoorlog vertrokken de rederijen, en in 1983 nam het GVB — het Gemeente Vervoerbedrijf — zijn intrek. De grandeur van het interieur moest plaatsmaken voor systeemplafonds, TL-verlichting en computervloeren. Voor veel Amsterdammers kreeg het gebouw in die jaren een wat zure bijsmaak: hier kwam je om je wielklem af te betalen.
Heb je suggestie voor dit verhaal?