

We staan op de Sarphatistraat 55, voor een gebouw dat op het oog heel gewoon lijkt. Maar tijdens de Tweede Wereldoorlog was dit de beruchte Liro‑bank, voluit Lippmann, Rosenthal & Co.
Hier moesten Joden verplicht al hun geld, effecten, kunst, sieraden, goud en verzekeringen inleveren. Vanaf augustus 1941 gold de zogenaamde Liro‑verordening, die steeds verder werd uitgebreid. Eerst trof het alleen welvarende Joden, later moest iedereen waardevolle bezittingen afstaan. Ze verloren daarmee hun vermogen en mochten slechts minimale bedragen opnemen om van te leven.
Hoewel de naam vertrouwd klonk, was dit geen echte bank meer maar een instrument van de nazi’s om stelselmatig Joods bezit te roven. Waar het gebouw vóór de oorlog een plek was voor handel en administratie, werd het nu een schakel in de vernietigingsmachine.
Op het hoogtepunt in 1942 en 1943 verwerkte Liro tienduizenden stortingen en beheerde het honderden miljoenen gulden. Het geroofde geld werd gebruikt om deportaties te financieren, kampen zoals Westerbork in stand te houden en zelfs verraders te belonen.
Na de bevrijding werd de instelling als vijandig verklaard en onder Nederlands beheer geplaatst. Ze kreeg de naam Liquidatie van Verwerving Sarphatistraat en moest proberen geroofde tegoeden terug te geven. Veel werd nooit meer gevonden.
Heb je suggestie voor dit verhaal?