Route Image 1 - Description

Sodomietenvervolging

--:--
--:--

Op de Dam, in het hart van Amsterdam, werd in 1764 de hoenderkoper Willem Leske ter dood gebracht. Hij had een vrouw, kinderen, een plek in het gilde – maar dat bood geen bescherming. Hij werd beschuldigd van sodomie, een woord dat toen gebruikt werd voor homoseksuele contacten.

In de achttiende eeuw werden mannen die van sodomie verdacht werden, opgepakt en berecht. Tussen 1730 en 1811 waren er honderden rechtszaken. Alleen al in de jaren 1764 en 1765 vielen tientallen vonnissen, met executies als gevolg. Willem Leske werd gewurgd en zijn lichaam werd verzwaard met stenen en in het IJ gegooid. Het moest een afschrikwekkend voorbeeld zijn.

De overheid voerde in die tijd een actieve “sodomietenjacht”. Mannen werden verraden, ondervraagd en soms tot bekentenissen gedwongen. De zaken werden breed uitgemeten in pamfletten. In zo’n pamflet schreef een gearresteerde man, vlak voor zijn dood:
“Wie zal mijn vuile brand en mijn geyle vlammen stelpen?”

Het laat zien hoe hard de morele en religieuze normen van die tijd werden afgedwongen. Wat nu als privé wordt gezien, kon toen leiden tot schandpaal en doodstraf. De sodomietenvervolging is een vergeten hoofdstuk, maar het herinnert ons eraan hoe gevaarlijk het is als een samenleving besluit wie wel en niet mag bestaan.

Heb je suggestie voor dit verhaal?