
Je staat nu op de plek waar vroeger de middenstip van de voorloper van de Johan Cruijff Arena. Ver weg van de megastadions en commerciële wereld van het moderne voetbal lag jarenlang het échte thuis van Ajax: Stadion De Meer. Gelegen in de Watergraafsmeer, tussen de tuinen, woonwijken en geluiden van de stad, was De Meer van 1934 tot 1996 het decor van legendarische wedstrijden, opkomend talent en onvergetelijke Ajax-momenten.
Toen het stadion op 9 december 1934 werd geopend, bood het plaats aan zo'n 22.000 toeschouwers. Later werd dat uitgebreid tot ruim 29.000. Toch bleef De Meer altijd overzichtelijk, intiem en — bovenal — Amsterdams. Hier stonden mensen dicht op het veld, en voelde je als supporter elk schot, elke tackle, elke goal.
In De Meer groeiden clubiconen op. Hier liet Johan Cruijff voor het eerst zijn klasse zien, en stroomden generaties Ajacieden het veld op: Van Basten, Rijkaard, Bergkamp, Kluivert — allemaal begonnen ze hier. De Meer was geen betonnen kolos, maar een voetbalhuis waar je als kind over het hek kon klimmen, waar de geur van gras en patat zich vermengde, en waar je soms zó dicht op het veld stond dat je de keeper kon horen roepen.
Tegelijkertijd was De Meer ook beperkt. Europees topvoetbal moest worden gespeeld in het Olympisch Stadion, want De Meer voldeed niet aan de UEFA-eisen. En naarmate Ajax groeide, groeide het stadion niet mee. In 1996 nam Ajax definitief afscheid van De Meer en verhuisde naar de moderne Johan Cruijff ArenA in Zuidoost.
Maar voor wie erbij was, blijft De Meer het echte Ajax. Geen stadion dat zo vertrouwd voelde, zo vol herinneringen zat — en waar voetbal nog iets was van de buurt, de club en de stad. Op de plek waar het stadion stond, herinneren straatnamen als 'Anfieldroad' en 'Wembley' nog aan de glorie van vroeger. Maar in het hart van de supporter leeft De Meer voort — als het stadion waar Ajax thuis was.
Heb je suggestie voor dit verhaal?