
In de tweede helft van de twintigste eeuw groeide Amsterdam uit tot wat velen de ‘Gay Capital of the World’ zijn gaan noemen. Al in 1811 werd homoseksualiteit in Nederland uit het strafrecht gehaald, maar pas na de Tweede Wereldoorlog begon de echte emancipatie.
In 1946 werd de Shakespeareclub opgericht, die later het COC zou worden, de oudste homobelangenvereniging ter wereld. Vanaf de jaren vijftig ontstond er een zichtbare gay scene. In straten als de Warmoesstraat en de Reguliersdwarsstraat kwamen bars, clubs en ontmoetingsplekken. Ook Café ’t Mandje, dat al sinds 1927 bestond, bleef een belangrijk icoon.
De jaren zestig en zeventig brachten verdere openheid. In 1971 werd artikel 248bis, dat homoseksuele relaties ongelijk behandelde, afgeschaft. Twee jaar later kreeg het COC officiële erkenning. Het aantal uitgaansgelegenheden groeide, en Amsterdam kreeg de reputatie van een vrijplaats waar LHBTQ+-personen zichzelf konden zijn.
In 1987 werd het Homomonument onthuld, het eerste monument ter wereld dat stilstond bij de vervolging van homoseksuelen. Later volgden grote evenementen zoals de jaarlijkse Canal Parade, vanaf 1996, en de Gay Games van 1998. Ze maakten de stad wereldwijd bekend als een centrum van tolerantie en diversiteit.
Aan het einde van de eeuw was Amsterdam een symbool van vrijheid. Het was bovendien het land waar in 2001 als eerste ter wereld het homohuwelijk werd ingevoerd, een mijlpaal die begon in deze stad.
Heb je suggestie voor dit verhaal?