
In de vroege zeventiende eeuw, aan de vooravond van de economische bloei van Amsterdam, begon de stad zich te richten op de walvisvaart. Naast de Verenigde Oost-Indische Compagnie en de West-Indische Compagnie werd de Noordse Compagnie opgericht om te profiteren van de walvisvangst. De Groenlandse walvis, een reusachtig dier dat tot 20 meter lang kan worden en ongeveer 200 jaar oud kan worden, was bijzonder waardevol vanwege de vele bruikbare delen.
In 1612 vertrok de Amsterdamse scheepstimmerman Willem Cornelisz. van Muyden naar Spitsbergen, geïnspireerd door de verhalen van Willem Barentsz over de overvloed aan walvissen in het noorden. Tijdens deze reis stichtte Van Muyden een nederzetting op een onbewoond eiland, dat hij 'Amsterdam' noemde. Deze nederzetting, later bekend als Smeerenburg, werd een centrum voor de verwerking van walvissen, met name voor het koken van walvisvet tot traan, een olie die werd gebruikt voor lampen, zeep en kaarsen. Vanwege de stank werden traankokerijen vaak buiten de stadsmuren geplaatst, bijvoorbeeld in Amsterdam-Noord en op Kattenburg. Kattenburg lag tegenover het Scheepvaartmuseum, op één van de oostelijke eilanden die speciaal voor de scheepsbouw waren aangelegd.
De walvisvaart was een gevaarlijke onderneming. Bij temperaturen van -15 graden Celsius gingen jagers in kleine bootjes, gewapend met harpoenen, op jacht. Velen raakten zwaargewond of verdronken in het ijskoude water. Desondanks genoten walvisvaarders aanzien vanwege hun moed en durf.
Vrijwel elk deel van de walvis werd benut: het vet voor olie, de baleinen voor paraplu's en corsetten, de botten voor afzetpaaltjes en lijm, en de lever als delicatesse. Sommige walvisbeenderen werden zelfs gebruikt ter versiering van overheidsgebouwen, hoewel de exacte reden daarvoor onbekend is.
Tot ver na de Tweede Wereldoorlog bleef Nederland actief in de walvisvaart. Het Amsterdamse bedrijf Vinke & Co, gevestigd aan de De Ruyterkade 107, speelde hierin een rol. Pas later werd de walvisjacht verboden, mede vanwege de groeiende bezorgdheid over dierenwelzijn en de afnemende walvispopulaties.
Heb je suggestie voor dit verhaal?