
Welkom in de Zaagmolenbuurt. Vroeger zag het er hier totaal anders uit dan nu.
In de zeventiende eeuw was dit geen rustige woonwijk, maar een bedrijvige zone aan de rand van Amsterdam, vol houten constructies, draaiende wieken en het constante geluid van zagen die boomstammen in planken veranderden. Hier werd het hout verzaagd dat de stad nodig had – en dat was veel. Amsterdam was in volle bloei, en hout was essentieel: voor huizen, pakhuizen, bruggen en vooral schepen.
Die enorme vraag werd gevoed door een intensieve handelsrelatie met Noorwegen. Vanuit de Scandinavische bossen kwamen boomstammen per schip naar de hoofdstad. Ze werden aan wal gebracht en in het water gelegd om wekenlang te weken. Pas daarna waren ze geschikt om te zagen – en dat gebeurde hier, op deze plek.
Langs het IJ stonden tientallen houtzaagmolens, gebouwd op hoge onderstellen om zoveel mogelijk wind te vangen. Tussen die molens lagen houten vlotten, stapels stammen en planken te drogen. Het rook er naar hars en nat hout, en de lucht was gevuld met stof en het ritmische gehak van zagen.
De arbeiders die hier werkten, leefden in simpele woningen dicht bij de molens. Het werk was zwaar en eentonig, maar het hield de stad draaiende. Alles draaide om productie, om handel, om vooruitgang.
Tegen het einde van de negentiende eeuw veranderde dat beeld. Stoommachines namen het werk van de wind over. De molens werden afgebroken, het hout verdween, en de stad groeide verder over dit gebied heen. Er kwamen huizen, straten, scholen.
Nu herinnert alleen de naam 'Zaagmolenbuurt' en de goedbewaarde molen 'De Otter' nog aan die tijd.
Heb je suggestie voor dit verhaal?