

Hier, vlak voor het huidige Museum voor Schone Kunsten, stond in 1894 tijdens de Wereldtentoonstelling van Antwerpen een zogenaamd “Congolees dorp”. Het was bedoeld om het koloniale “beschavingswerk” van koning Leopold II in de Onafhankelijke Congostaat te tonen.
Voor dit schouwspel werden 144 Congolezen naar Antwerpen gebracht. Overdag moesten zij hun “dagelijkse leven” en ambachten demonstreren voor bezoekers, alsof ze primitieve taferelen naspeelden. Na sluitingstijd werden ze teruggebracht naar houten militaire barakken bij de toenmalige Brialmontvesting. Voor deze vernederende taak kregen ze een kleine dagvergoeding.
Het verblijf was zwaar en onveilig. 44 van hen werden ernstig ziek en moesten opgenomen worden in het ziekenhuis. Minstens acht Congolezen overleefden hun verblijf niet. Hun namen zijn deels bewaard gebleven: Bitio, Sabo, Isokoyé, Manguesse, Binda, Mangwanda en Pezo. De jongste was zeventien jaar, de oudste eenendertig. Sommigen stierven kort na aankomst aan dysenterie, anderen bezweken in de maanden erna.
De overledenen werden begraven op het Kiel. Toen die begraafplaats in 1936 werd geruimd, kwamen hun stoffelijke resten, samen met die van vele anderen, terecht in een anoniem massagraf op het Schoonselhof. Geen gedenkteken, geen naam, enkel vergeten geschiedenis.
Wat destijds als een attractie op de Wereldtentoonstelling werd gepresenteerd, herinnert ons vandaag aan de pijnlijke realiteit van het koloniale verleden en de mensonterende manier waarop mensen als “exotisch vermaak” werden tentoongesteld.
Heb je suggestie voor dit verhaal?