
We staan aan de rand van het Diamond Quarter, waar de glans van duizenden ruwe en geslepen stenen nog altijd voelbaar is. Antwerpen kreeg haar bijnaam ‘Diamantstad’ al in de 15e eeuw, toen de eerste ruwe diamanten uit India via het havennetwerk hier aankwamen. Met de uitvinding van de scaif door Lodewyk van Bercken, een revolutionair slijpmiddel dat de schittering van de steen versterkte, werd Antwerpen al snel een wereldleider in diamantbewerking.
In de eeuwen die volgden bloeide de diamantindustrie. Dankzij de strategische ligging aan de Schelde, met toegang tot de Noordzee, werd Antwerpen een toegangspoort naar Europa. Diamantairs vestigden zich massaal in wat nu het Square Mile wordt genoemd. Na de Tweede Wereldoorlog kende de sector een heropleving, mede dankzij de inzet en expertise van de joodse gemeenschap, die een sleutelrol speelde in handel en verwerking.
Vandaag passeren nog steeds zo’n 85% van alle ruwe diamanten wereldwijd via Antwerpen. Ongeveer de helft van de geslepen stenen gaat hier door handen van vakmensen. Meer dan 380 ateliers, 1.500 bedrijven en duizenden ambachtslieden houden de eeuwenoude traditie in stand.
Heb je suggestie voor dit verhaal?