
Als we de kathedraal vanuit dit zijaanzicht bekijken, valt je misschien iets op dat een beetje vreemd is: er is maar één toren. Voor zo’n imposante kathedraal voelt dat als een onafgemaakt idee. En in zekere zin is dat ook zo.
Tijdens de bouw stuitten de bouwers op een ernstig probleem. Een diepe kuil op het terrein bleef zich vullen met water, wat ze ook probeerden. Het werk kwam tot stilstand, er brak paniek uit en het project liep vast. Toen kwam een eenvoudige metselaar met een oplossing: leg ossenhuiden op de grond om het water buiten te houden. Het werkte uitstekend. Maar er zat een addertje onder het gras. Zijn jonge zoon had het plan opgevangen en stiekem aan de bouwmeester verteld, die het idee gebruikte zonder de metselaar ook maar een cent te betalen.
Toen de metselaar ontdekte wat zijn zoon had gedaan, was zijn woede grenzeloos. Hij doodde de jongen. Zijn vrouw, die het verdriet niet kon verdragen, verdronk zichzelf. De metselaar verdween en niemand heeft hem ooit nog gezien.
De bouwers, diep geschokt door de tragedie, durfden die tweede toren nooit meer toe te voegen. Schuldgevoel blijkt een verrassend effectieve architectonische beperking te zijn.
Heb je suggestie voor dit verhaal?