
Het smalle torentje dat bovenop dat huis voor je staat, wordt een pagaddertoren genoemd. In de 16e en 17e eeuw waren dit soort gebouwen in Antwerpen het equivalent van ergens aankomen in een peperdure auto. Rijke kooplieden lieten ze bovenop hun huizen bouwen, puur om hun welvaart te laten zien. Vanaf de top kon je net een glimp opvangen van de Schelde, maar het echte uitzicht was dat vanaf de straat beneden, waar iedereen kon bewonderen hoeveel je had uitgegeven aan iets volstrekt onnodigs.
De naam kwam later, ontleend aan een heel specifiek Antwerps woord. In deze stad werd je pas als een echte local beschouwd als je beide ouders hier geboren waren. Iedereen die niet aan die norm voldeed, werd een pagadder genoemd. Het label was niet bepaald wreed, maar het droeg een duidelijke boodschap uit: je hoort hier thuis, maar niet helemaal.
De toren kreeg die bijnaam om dezelfde reden. Hij staat op het gebouw zoals een pagadder in de stad staat: aanwezig, trots en enigszins apart van de rest. Hij maakt deel uit van de skyline zonder er helemaal bij te horen.
Wat, als je erover nadenkt, ook een vrij accurate beschrijving is van iedereen die ooit naar Antwerpen is verhuisd en heeft geprobeerd erbij te horen.
Heb je suggestie voor dit verhaal?