
Antwerpen was lang een grensstad in het immense Duitse rijk. In de tiende eeuw, onder keizer Otto I, kreeg de stad een versterkte stenen omwalling ter vervanging van de houten wal. Dat was geen toeval: Otto wilde de westelijke grens van zijn rijk – de Schelde – stevig bewaken. Aan de overzijde lag immers het opkomende graafschap Vlaanderen. Antwerpen werd zo een markgraafschap: een militair grensgebied met een burcht als centrum.
In 1221 veranderde de status van de stad opnieuw. De hertog van Brabant, Hendrik I, reisde persoonlijk naar Antwerpen om er de stadsrechten te overhandigen. Die gebeurtenis markeerde het begin van een nieuwe fase: Antwerpen kreeg bestuurlijke autonomie en groeide langzaam uit tot een stedelijk machtscentrum. Het markgraafschap maakte sinds 1106 deel uit van het hertogdom Brabant, wat verklaart waarom de hertog deze ceremonie zelf uitvoerde.
Van de oorspronkelijke middeleeuwse burcht is vandaag niets meer te zien. Wat resteert is een deel van de omwalling dat later dienstdeed als gevangenis. Dat gebouw, bekend als het Steen, ligt nu afgezonderd aan de Scheldekaai. Hoewel het oogt als een losstaand kasteel, was het ooit deel van een groter geheel.
Heb je suggestie voor dit verhaal?