
Lang voordat het huidige Vleeshuis zijn silhouet aan de Antwerpse skyline gaf, stond er al een vleeshuis in de stad. In 1250 werd aan de hoek van de huidige Krabbenstraat en Kuipersstraat, nabij de burcht Het Steen, een gebouw opgericht speciaal voor de verkoop van geslachte dieren. Dit eerste vleeshuis legde de basis voor de centrale rol van vleeshandel in Antwerpen.
Tussen 1501 en 1504 verrees het nieuwe Vleeshuis aan de Vleeshouwersstraat, gebouwd in opdracht van het slagersgilde en ontworpen door Herman en Domien de Waghemakere. Het was een indrukwekkend laat-gotisch gebouw met ruimte voor 62 vleesbanken en een eigen kapel. Het symboliseerde de macht en welvaart van de Antwerpse slagers in de bloeiperiode van de stad.
Na de afschaffing van de gilden in 1796 tijdens de Franse bezetting verloor het gebouw zijn functie. Het werd verkocht, opnieuw aangekocht door de slagers en verhuurd. In 1841 kwam het in handen van wijnhandelaar Peyrot, die de grote hal liet opdelen en het gebouw verhuurde aan kunstenaars en theatergroepen.
De stad Antwerpen kocht het pand in 1899 en liet het restaureren door architect Alexis Van Mechelen. In 1913 opende het Museum voor Oudheden en Toegepaste Kunst, met een gevarieerde collectie. Vanaf de jaren 1970 kreeg muziek meer nadruk, en sinds 2006 presenteert het museum zich als “Klank van de Stad”, gewijd aan Antwerpen als muziekstad.
Vandaag belicht het Museum Vleeshuis zowel de middeleeuwse vleeshandel als eeuwen muziekgeschiedenis. Het toont bijzondere instrumenten, zoals klavecimbels van de familie Ruckers. Van markthal tot klankhuis: het Vleeshuis ademt geschiedenis.
Heb je suggestie voor dit verhaal?