
Aan de Lange Gasthuisstraat, tussen de kasseien en eeuwenoude gevels, ligt het Museum Mayer van den Bergh. Dit museum lijkt van buiten bescheiden, maar eenmaal binnen stap je terug in de sfeer van een 16e-eeuws patriciërshuis. Het museum is een eerbetoon aan Fritz Mayer van den Bergh, een 19e-eeuwse kunstverzamelaar met een onbegrensde passie voor schoonheid.
Fritz was bijzonder gefascineerd door het werk van Pieter Bruegel de Oude. Zijn collectie begon met prenten die Bruegel ontwierp, maar zijn grootste vondst was het schilderij Dulle Griet, ook wel Mad Meg genoemd. Dit werk stond ooit vergeten in een veilingzaal in Keulen, hoog op een plank, nauwelijks opgemerkt. Dankzij Fritz’ scherpe oog werd het herkend als een meesterwerk en werd het het pronkstuk van zijn verzameling.
Maar Fritz wilde meer dan alleen verzamelen. In 1904 besloot hij het familiehuis om te bouwen tot museum. Daarmee werd het een van de eerste musea ter wereld die volledig aan één privécollectie gewijd waren. De collectie is indrukwekkend: schilderijen, beelden, wandtapijten, tekeningen en glas-in-loodramen die samen een beeld geven van een vervlogen tijd.
Het hoogtepunt is de Bruegelzaal, waar Dulle Griet centraal hangt en bezoekers de fantasierijke, soms groteske wereld van Bruegel van dichtbij kunnen ontdekken. Terwijl je door de zalen loopt, voel je de toewijding en het oog voor detail waarmee Fritz zijn collectie samenbracht.
Heb je suggestie voor dit verhaal?