
Den Haag heeft altijd macht, diplomatie en prestige aangetrokken. Het Binnenhof, het Vredespaleis, de statige ministeries langs de boulevards. Maar als je even de tijd neemt om met de mensen hier te praten, besef je al snel dat het ware karakter van de stad daar helemaal niets mee te maken heeft.
Hagenezen, zoals de lokale bevolking zichzelf noemt, zijn ronduit direct. Ze zeggen wat ze bedoelen, en ze menen wat ze zeggen. Dat kan je in het begin misschien overrompelen, maar je gaat het waarderen. Er is iets verfrissends aan een cultuur die geen geduld heeft voor schijn.
Veel van die mentaliteit is terug te voeren op de oude vissersgemeenschappen die ooit aan deze Noordzeekust werkten. Het leven op het water was zwaar en onvoorspelbaar, en het zorgde voor mensen die voor elkaar zorgden. Dat gevoel van saamhorigheid is nooit verdwenen. Je voelt het vandaag de dag nog steeds in de wijken, in de gezellige cafés, in de knapperige kibbeling die rechtstreeks vanuit de haven wordt geserveerd.
Ook muziek is alomtegenwoordig in de stad. Golden Earring en Shocking Blue zijn hier allebei begonnen, en de lokale legende Harrie Jekkers schreef "O, O, Den Haag", een lied dat elke echte Hagenees uit zijn hoofd kent. Het is deels liefdesbrief, deels strijdkreet, en volstrekt onvertaalbaar. Wat, eerlijk gezegd, heel goed bij de stad past.
Heb je suggestie voor dit verhaal?