
De villa's aan deze laan lagen vanaf eind 1942 in Sperrgebiet. Wie hier woonde en voor de bezetter geen noodzakelijke functie vervulde, moest vertrekken. De leeggekomen huizen werden gevorderd door de Wehrmacht en door onderdelen van de Sicherheitspolizei.
De ontruiming was in juni van dat jaar begonnen bij het strand en de haven van Scheveningen. In november hingen overal in de stad plakkaten: een brede strook moest leeg. Tussen die maand en februari 1943 verlieten ongeveer honderdduizend mensen de vesting Scheveningen en het tracé van de tankgracht. Eind 1943 volgde het Benoordenhout.
Wie werk had in de stad kreeg meestal een woning in Den Haag of de omgeving. De rest werd elders ondergebracht. Ruim vijfhonderd Scheveningers kwamen in Aalten terecht, ongeveer zeshonderd in Winterswijk en ruim zevenhonderd in Zuidlaren.
In de vesting bleven zo'n achtduizend Scheveningers achter, tussen bunkers en versperringen. In de laatste winter van de oorlog sloopten zij deuren, vloeren en planken uit de leegstaande huizen om te kunnen stoken.
Verderop langs deze laan staat op nummer 76 een villa met een ver overstekend dak, op een helling die afloopt naar het park. Daar gaat de volgende stop over.
Heb je suggestie voor dit verhaal?