

Op 29 december 1911 richtten Haagse sportliefhebbers roeivereniging De Laak op. De oprichtingsvergadering vond plaats in café Princess’ Gardens op de hoek van de Kneuterdijk en de Hartogstraat. De eerste boten, van hout, werden gestald in simpele loodsen langs de Laakhaven. Het geel-groene embleem met een zwarte streep symboliseerde het water waarin werd geroeid.
In 1920 verhuisde de club naar een moderner onderkomen aan de Trekvliet bij de Binckhorstlaan. Deze nieuwe locatie bood betere voorzieningen en hielp de roeisport verder te ontwikkelen. Tussen 1930 en 1931 bouwde De Laak iets bijzonders: een grote oefenkuip die al snel de bijnaam “de Tobber” kreeg.
De Tobber was een innovatieve trainingsbak waarin roeiers hun techniek konden verbeteren zonder afhankelijk te zijn van het weer. Onder leiding van voorzitter Jan van Bûuren van Heyst werd een betonnen kuip gebouwd van ruim acht meter breed en 90 centimeter diep. Een draaiend rad zorgde voor stroming, zodat het leek alsof je echt op het water roeide. Destijds was dit uniek in Nederland.
De Tobber werd intensief gebruikt. Dankzij deze trainingsmogelijkheid wisten roeiers van De Laak hun niveau flink te verhogen en deden ze mee aan nationale én internationale wedstrijden.
In de jaren 60 groeide het ledental explosief. Dat bracht ook problemen: het water raakte vaak vervuild en de kuip sleet flink. Uiteindelijk werd in 1983 besloten de Tobber te slopen. Daarmee verdween een bijzonder stukje verenigingsgeschiedenis — maar niet uit het geheugen van De Laak.
Heb je suggestie voor dit verhaal?