
Achter een eenvoudige deur aan de Parkstraat ligt een hofje met huisjes rond een tuin. Een voorname poort ontbreekt, en dat paste bij de bedoeling.
Elisabeth Groen van Prinsterer-van der Hoop, Betsy, kocht hier in 1841 een tuin met fijne vruchtbomen en twee huizen, betaald uit de erfenis van haar schoonvader. De straat heette toen nog het Nachtegaallaantje.
Het reglement bepaalde wie er mocht wonen: vrouwen boven de vijfenvijftig, van protestants-christelijke overtuiging, die elkaar in liefde zouden dienen en alles zouden vermijden wat anderen tot moeite of last kon zijn. In de praktijk waren het weduwen en dienstbodes die na hun werkzame leven zonder inkomen en zonder onderdak zaten.
Gratis was het niet. De dames betaalden een gulden huur per week en kregen daarvoor wekelijks vlees en brandstof, met iets extra's rond Kerst, Pasen en Pinksteren. Met Pasen van 1893 was dat een kilo rijst, een krentenkoek, vier eieren en een dubbele portie vlees.
Het hof groeide huisje voor huisje, telkens gebouwd op de verjaardag van meneer of mevrouw Groen. En die regels staan er nog: hier wonen alleenstaande vrouwen van vijfenvijftig en ouder, al is het geloof inmiddels geen vereiste meer.
Heb je suggestie voor dit verhaal?