
Als je op Prinsengracht 63 staat, bevind je je op de plek waar iets is ontstaan dat miljoenen mensen tegenwoordig als vanzelfsprekend beschouwen: de openbare bibliotheek. In 1757 opende een boekhandelaar genaamd Hendrik Scheurleer hier de allereerste uitleenbibliotheek van Nederland, in een stad waar boeken zo duur waren dat ze als luxegoederen werden beschouwd.
Bedenk eens wat dat betekende. Gewone burgers, niet alleen rijke geleerden of aristocraten, konden nu binnenlopen, een boek lenen en het terugbrengen als ze klaar waren. Scheurleer had werken in voorraad die de geest van de Verlichting weerspiegelden, waaronder denkers als Rousseau, wiens ideeën over rede, vrijheid en onderwijs zich snel over Europa verspreidden.
De bibliotheek groeide al snel uit haar voegen en verhuisde naar het Buitenhof, waar ze een ontmoetingsplaats werd voor nieuwsgierige geesten uit alle lagen van de bevolking. Die energie werkte aanstekelijk. Maatschappelijke organisaties namen het stokje van Scheurleer over, de overheid begon te investeren in onderwijs en cultuur, en dit alles leidde uiteindelijk tot de oprichting van de Koninklijke Bibliotheek.
Eén boekhandel, één uitleenbeleid en eeuwenlange rimpeleffecten. Het is een geruststellende gedachte dat wanneer iemand de volgende keer een roman of een kookboek leent bij de plaatselijke bibliotheek, hij of zij onbewust een traditie voortzet die Scheurleer hier in deze straat begon.
Heb je suggestie voor dit verhaal?