
De boulevard bij het Kurhaus heeft altijd al nieuwsgierige menigten aangetrokken, maar in 1935 bood hij iets werkelijk buitengewoons. Een Italiaanse ondernemer arriveerde met een groep struisvogels en vestigde zich hier aan de kust, waar hij toeristen uitnodigde om in een speciaal gebouwde kar, een zogenaamde sulky, plaats te nemen en zich door deze torenhoge vogels over de promenade te laten trekken.
De nationale pers had het meteen in de gaten. De krant De Tijd meldde dat Scheveningen “weer iets bijzonders had gekregen”, wat veel zei voor een stad die al bekend stond om zijn levendige strandcultuur. Kinderen betaalden vijf cent voor de rit, volwassenen zeven. De rit duurde maar een paar minuten en er liep altijd een begeleider mee, wat waarschijnlijk verstandig was.
Wat dit verhaal zo typisch voor die tijd maakt, is het contrast met de eenvoudigere traditie die ernaast bestond. Al sinds het einde van de 19e eeuw werden hier ritjes op het strand aangeboden door ezels. Kleine meisjes in witte jurkjes en zonnehoedjes werden erop gefotografeerd, een tafereel dat zo iconisch was dat schilder Isaac Israëls het vastlegde in een werk dat nu in het Rijksmuseum hangt.
Zo ging Scheveningen van ezels naar struisvogels. Blijkbaar heeft de kust altijd al een voorliefde gehad voor het onverwachte, hoewel de ezels, tot hun verdienste, nooit de nationale krantenkoppen haalden.
Heb je suggestie voor dit verhaal?