
Het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag, opgericht in 2002, is bedoeld om de zwaarste misdaden te berechten die de wereldgemeenschap schokken: genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Toch blijft het aantal veroordelingen beperkt, wat leidt tot kritiek. Het hof zou te duur zijn en onvoldoende resultaat boeken. Daarnaast zorgen beperkte middelen en politieke obstakels ervoor dat veel daders, zoals leden van de Taliban, buiten bereik blijven.
Tussen 2012 en 2021 sprak het ICC slechts vijf veroordelingen uit, allemaal voor misdaden gepleegd in Afrika. In 2012 werd de Congolese krijgsheer Thomas Lubanga als eerste veroordeeld voor het inzetten van kindsoldaten — een misdaad met diepe impact op de Congolese samenleving. Kort daarna volgden Germain Katanga en Bosco Ntaganda, eveneens uit Congo.
In 2021 werd Dominic Ongwen, een voormalig kindsoldaat uit Oeganda, schuldig bevonden op 61 punten, waaronder gedwongen zwangerschap — een aanklacht die voor het eerst bij het ICC werd erkend. Een andere opvallende zaak was die tegen Ahmad al Faqi al Mahdi, een jihadist uit Mali, die in 2016 werd veroordeeld voor het vernietigen van cultureel erfgoed in Timboektoe — een aanval op de identiteit van een volk.
Heb je suggestie voor dit verhaal?