

Het Zeeheldenkwartier, net buiten de oude Haagse grachten, ontstond uit de uitbreidingsplannen van Den Haag in de tweede helft van de 19e eeuw. Na het Willemspark wilde de gemeente een nieuw villapark realiseren voor de snelgroeiende bevolking. Door de industriële revolutie verdubbelde het aantal inwoners: van zo’n 100.000 in 1875 naar 200.000 in 1900, en rond 1913 telde de stad al circa 300.000 mensen. Uitbreiding buiten de grachtengordels werd noodzakelijk.
De gemeentelijke blik viel in de jaren 1860 op ’t Kleine Veentje, toen nog een landelijk gebied met weilanden en buitenhuizen. Op een tekening uit 1836 is te zien hoe leeg het er toen was. Gemeentearchitect Van der Waeyen Pieterszen ontwierp plannen, maar een groot deel van de grond was in handen van koningin Anna Paulowna. Zij weigerde haar landgoed Rustenburg te verkopen. Pas na haar overlijden in 1865 kwam het terrein beschikbaar. Particuliere ontwikkelaars, sneller dan de gemeente, kochten de grond van haar dochter prinses Sophie en begonnen met de bouw van wat later het Zeeheldenkwartier zou worden.
De wijk werd vernoemd naar Nederlandse zeehelden als Tromp, De Ruyter en Piet Hein. Tegenwoordig is het Zeeheldenkwartier een levendige buurt met historische charme, boetiekjes, galeries, horeca en het jaarlijkse Zeeheldenfestival. Het is een wijk die het verleden koestert én ruimte biedt aan stedelijke vernieuwing.
Heb je suggestie voor dit verhaal?