
De gouden gevel waarvoor je nu staat, was bijna verdwenen voordat de meeste Praagse inwoners er ooit een voet binnen hadden gezet. Het Nationaal Theater opende op 11 juni 1881 en werd volledig gefinancierd door publieke donaties die gedurende 30 jaar waren ingezameld. Tsjechen uit alle lagen van de bevolking gaven wat ze konden, muntje voor muntje, in wat de grootste culturele grassroots-campagne van Europa werd. Kroonprins Rudolf zat in het publiek bij de première van Smetana's opera Libuše. Toen, na slechts 11 voorstellingen, sloeg het noodlot toe.
Op 12 augustus gooiden arbeiders die het dak aan het afwerken waren hete kolen in een dakgoot. Om 5 uur begon het te regenen, er ontstond brand en de koperen koepel stortte in op de zaal. Sterke wind en achtergebleven gas in de leidingen maakten er een ware vuurzee van. Beeldhouwer Bohuslav Schnirch, wiens trigas je vandaag de dag nog op het dak kunt zien, was een van de eersten die naar binnen rende om de vlammen te bestrijden. De architect, Josef Zítek, kreeg ten onrechte de schuld en zette nooit meer een voet in het gebouw.
Wat er daarna gebeurde, is misschien nog wel opmerkelijker dan de brand zelf. Binnen 47 dagen doneerden de Tsjechen 1 miljoen gulden, sneller dan de oorspronkelijke campagne van drie decennia. De armsten gaven het meest. In november 1883 heropende het theater met elektrische verlichting en precies dezelfde opera.
Smetana's Libuše. Alleen nam een andere architect de buiging.
Heb je suggestie voor dit verhaal?