
In het Rotterdam van 1853, een groeiende havenstad, leefden veel kinderen op straat. Ze zwierven vaak zonder schoenen, bedelden of vochten om eten. Twee dames, Pietronella Kruijff en Catharina Suermond, zagen dit toen ze over De Boompjes liepen en besloten iets te doen.
Hier, in de Ketelaarsgang aan de Schiedamsedijk, waar u nu staat, begon het. Een eenvoudige kamer, gehuurd voor een gulden per week, was de eerste schoolruimte. Op maandag, woensdag en vrijdag tussen tien en twaalf uur mochten een paar kinderen komen. Een evangelist gaf les, zonder schoolborden of boeken.
De school groeide snel. De Haveloze School stond open voor alle kinderen, ongeacht religie. Bij de opening zongen 130 kinderen samen een lied.Naast lezen en schrijven kregen ze ook zorg. Vrijwilligers waste de kinderen, en weldoeners brachten kleren en schoenen. De schooldagen waren kort, met simpele lessen. Meisjes leerden breien en naaien, jongens werden kleermaker of schoenmaker.
In 1903 waren er 350 leerlingen en een wachtlijst. Na de Tweede Wereldoorlog nam het aantal af en in 1963 sloot de school. Toch leeft haar invloed voort, met Rotterdam bekend als stad van ‘schoffies’, maar dankzij de school kregen velen een toekomst.
Heb je suggestie voor dit verhaal?