
Hier lag de Zandstraat, ooit het kloppend hart van een levendige volkswijk in het centrum van Rotterdam.
Tussen de Raamstraat en de Leeuwenstraat bevond zich een doolhof van smalle stegen en drukke straten: Zandstraat, Rode Zand, Kikkersteeg. Rond 1900 woonden hier zo’n 2.500 mensen, onder wie veel Joodse gezinnen. Het was een hechte gemeenschap met eigen synagogen, cafés, winkels en theaters. De wijk stond bekend om haar energie, maar ook om overbevolking, armoede, kleine criminaliteit en prostitutie.
De Zandstraat zelf was zowel berucht als geliefd. Zeelieden en arbeiders vonden er vertier, terwijl tussen de cafés en variétézalen de jonge Louis Davids opgroeide. Hij zou uitgroeien tot een van de grootste cabaretartiesten van Nederland. Zijn liedjes, vaak over het gewone leven en de stad, werden geliefd van Rotterdam tot Amsterdam.
In de 19e eeuw ontwikkelde de straat zich tot een broedplaats van amusement, maar de omstandigheden waren erbarmelijk. In 1909 besloot de gemeente de wijk te slopen. Er moest ruimte komen voor een nieuw, imposant stadhuis aan de Coolsingel. De sloop begon aan de kant van het Hofplein en werd in 1940 voltooid door het bombardement. De naam Zandstraat werd in 1936 opgeheven, maar in 1979 opnieuw ingevoerd bij de herstructurering van het gebied.
Vandaag herinnert een kunstwerk van Mathieu Ficheroux aan Louis Davids en de straat waar zijn talent ooit wortel schoot.
Heb je suggestie voor dit verhaal?