
Drugssmokkel is geen nieuw fenomeen. Al in de 19e eeuw, kort na de aanleg van havens, begonnen illegale handelsstromen zich te ontwikkelen. Ook de Rotterdamse haven bleef niet gespaard. In 1930 gaven douanebeambten toe dat het onmogelijk was om alle binnenkomende schepen te controleren. Dit gaf smokkelaars vrij spel.
Toen de export van cocaïne naar Europa in de jaren 90 toenam, groeide Rotterdam uit tot een belangrijk knooppunt. Ondanks een recordaantal onderscheppingen, bleef de beschikbaarheid van drugs in Nederland toenemen. In steden als Amsterdam nam het straataanbod zelfs fors toe.
De route tussen IJmuiden en Amsterdam kreeg de bijnaam ‘smokkelaarsparadijs’, mede door het ontbreken van een strikte handhavingscultuur. Tot op de dag van vandaag blijft het een kwetsbare schakel in de internationale smokkelketen.
In augustus 2023 werd in de Rotterdamse haven een van de grootste drugsvangsten ooit gedaan: 8000 kilo cocaïne, verstopt tussen fruit, met een geschatte straatwaarde van 600 miljoen euro. Het incident onderstreept hoe geraffineerd de smokkelmethodes zijn geworden.
De verwevenheid van drugshandel met havensteden als Rotterdam maakt het moeilijk om grip te krijgen op het probleem. Toch laten voorbeelden als Cornwall zien dat streng optreden wel degelijk effect kan hebben. De vraag blijft of Rotterdam ooit hetzelfde pad zal inslaan.
Heb je suggestie voor dit verhaal?