

Je staat op de Sluisjesdijk, ooit het centrum van de Rotterdamse olie-industrie. In de tweede helft van de negentiende eeuw begon hier de opmars van aardolie, ook wel ‘zwarte goud’ genoemd. Waar eerst een simpele dijk langs de Maas lag, ontstond een plek vol opslagtanks en raffinaderijen.De eerste olie werd in 1862 opgeslagen aan de Boompjes, maar vanwege brandgevaar verhuisde de opslag snel naar de zuidoever van de Maas.
De Sluisjesdijk in Charlois was perfect gelegen en groeide uit tot thuisbasis van oliemaatschappijen als Esso en Shell. Shell bouwde hier een raffinaderij voor olie uit Nederlands-Indië, waarmee producten als benzine en smeermiddelen werden gemaakt.Het werk ging dag en nacht door, met schoorstenen en tanks die de skyline bepaalden.
De industrie trok veel arbeiders en zorgde voor economische groei en stadsuitbreiding.Vanaf de jaren dertig verschoof de olie-industrie naar westelijkere gebieden. Rotterdam breidde zich uit met de annexatie van Pernis en Hoogvliet in 1934, gevolgd door de ontwikkeling van Botlek, Europoort en Maasvlakte. Zo werd Rotterdam een van de grootste oliehavens ter wereld.De Sluisjesdijk verloor zijn rol als oliehart, maar de geschiedenis van het zwarte goud blijft hier zichtbaar. De geur van olie is verdwenen, maar de plek blijft belangrijk in de groei van de havenstad.
Heb je suggestie voor dit verhaal?