
Tussen statige villa’s en moderne architectuur ligt een bijzonder park waar kunst, natuur en geschiedenis samenkomen. Ooit was dit het landgoed van de familie Van Hoboken, die hun intrek nam in de villa die nu het Natuurhistorisch Museum herbergt. Later kreeg het terrein zijn huidige vorm dankzij stadsarchitect Witteveen.
Anthony van Hoboken, een invloedrijke reder, verwierf aan het eind van de 18e eeuw een groot deel van de Nederlandse vloot na het faillissement van de VOC. Zijn naam leeft voort in deze groene plek, waar zijn erfgoed zich mengt met een rijke culturele invulling.
Wat het park zo bijzonder maakt, is de uitzonderlijke concentratie van musea op een kleine oppervlakte. Binnen een straal van slechts 300 meter bevinden zich zeven musea – goed voor een vijfde van het totale museumaanbod in de stad. Bezoekers kunnen hier verdwalen tussen oude meesters, moderne kunst, architectuur, design, natuurhistorie en persoonlijke verhalen. Denk aan iconen als Museum Boijmans Van Beuningen, het spectaculaire Depot, de Kunsthal en het Nieuwe Instituut, maar ook aan intiemere plekken zoals Huis Sonneveld en het Chabot Museum.
Heb je suggestie voor dit verhaal?