
Pieter Pietersen Heyn, geboren in 1577 in Delfshaven, beleefde een jeugd vol tegenslag. Op zijn twaalfde werd hij samen met zijn vader door Spaanse kapers gevangengenomen; na vier jaar gevangenschap volgde ruiling, maar in 1603 werd hij opnieuw gegrepen en zat tot 1607 vast in Havana. De jaren als gijzelaar vormden zijn afkeer van Spanje én zijn afwijzing van slavernij. Terug in de Republiek trouwde hij Anneke Claesdr en diende de Rotterdamse Admiraliteit. In 1623 voer hij uit als commandeur voor de West‑Indische Compagnie met een vrijbrief om vijandelijke schepen aan te vallen. Zijn beroemdste wapenfeit kwam in 1628 toen hij bij Cuba de volledige Spaanse zilvervloot veroverde: 177.000 pond zilver en kisten vol kostbaarheden, genoeg om de Tachtigjarige Oorlog te bekostigen. Ondanks roem bleef Hein opmerkelijk empathisch; hij pleitte voor menswaardige behandeling van tot slaaf gemaakten. In 1629 sneuvelde hij in een zeeslag bij Gibraltar. Zijn standbeeld op de Westzeedijk herinnert aan een zeeheld met een onverwacht vooruitstrevend moreel kompas.
Heb je suggestie voor dit verhaal?