
Sinds 1547 is de Koninklijke Nederlandse Munt (KNM) verantwoordelijk voor de productie van al het Nederlandse muntgeld. Maar de geschiedenis van de Utrechtse munt gaat nog veel verder terug. Al in 953 kregen de bisschoppen van Utrecht het muntrecht, een teken van grote macht die meestal was voorbehouden aan koningen en keizers.
Voor het Muntgebouw, zoals we dat nu kennen, in gebruik werd genomen, werden de Utrechtse munten op verschillende plekken geslagen. Dit gebeurde vaak op kleine locaties, omdat de muntslag lang met de hand werd gedaan. Van 1647 tot 1910 was het munthuis gevestigd in het St. Ceciliaklooster aan de Oudegracht. De overgang naar een nationale munt in 1806 bracht ook een verschuiving van handarbeid naar geautomatiseerde machines met zich mee.
Toen uitbreiding in het St. Ceciliaklooster niet mogelijk bleek, verhuisde het Muntgebouw naar een oude suikerfabriek aan de Leidseweg, met een goede doorvaarroute richting Amsterdam. In 1908 gaf de toenmalige minister van Financiën goedkeuring voor deze verhuizing. Het huidige Muntgebouw, dat iets wegheeft van een buitenlandse ambassade vanwege de hoge beveiliging, was lange tijd het centrum van muntproductie.
Echter, sinds 2020 worden de Nederlandse munten niet meer in dit gebouw geslagen, maar in Houten. Interessant is dat de Koninklijke Nederlandse Munt tot de top 5 van producenten van circulaire munten wereldwijd behoort. Dit is opmerkelijk, gezien het feit dat cash geld in Nederland steeds meer naar de achtergrond verdwijnt.
Heb je suggestie voor dit verhaal?