Route Image 1 - Description

De Rampjaren

In 1672 en 1674 werden twee grote tragedies in Utrecht beleefd, waardoor de inwoners berooid en gedesillusioneerd achterbleven. De eerste ramp was menselijk van aard. Op 23 juni 1672 verscheen een Franse legereenheid onder bevel van kolonel De Rochefort voor de Wittevrouwenpoort. Dit gebeurde nadat Engeland de oorlog aan de Republiek had verklaard en Frankrijk en Münster en Keulen kort daarna volgden. Het Staatse leger was niet in staat om de aanval af te weren en trok zich terug achter de Hollandse Waterlinie, waardoor Utrecht onbeschermd achterbleef. Op die 23ste juni van dat jaar droeg het stadsbestuur de stadssleutels aan de Fransen over. De bezetting bracht Utrecht aan de rand van de financiële afgrond, omdat de Fransen enorme geldbedragen eisten en er een leger van ongeveer 8.000 man werd ingekwartierd. Hoewel de Fransen beloofden dat de gereformeerde religie zou blijven zoals die was, werd de Domkerk op 9 juli gebruikt voor de katholieke eredienst. Dit zorgde voor veel ophef en de preekstoel werd zelfs uitgebroken en gegeseld.

De bezetting eindigde onverwacht snel, vooral omdat Michiel de Ruyter op zee de overhand had ten opzichte van de Engelse en Franse vloten. Toen de Fransen op 23 november 1673 uit Utrecht vertrokken, eisten ze nog eens 450.000 gulden. Hoewel er maar 250.000 gulden beschikbaar was, werden er veertien gijzelaars meegenomen om de resterende twee ton af te dwingen. Zodra de Fransen vertrokken waren, vierden de inwoners van Utrecht feest. De Domkerk werd weer protestants en alle beelden en altaren werden verbrand. Maar het feest duurde niet lang, want toen de soldaten van het Staatse leger arriveerden, werden de Utrechters beschuldigd van verraad. Ze hadden zich volgens hen te gemakkelijk overgegeven in juni 1672. De stad werd onder militair gezag geplaatst en het zou maanden duren voordat ze weer mee mocht praten in het bestuur van de Republiek.

De tweede ramp was van natuurlijke aard. Op de avond van 1 augustus 1674 raasde er een tornado door de stad, waardoor deze in slechts een kwartier tijd veranderde in een ongelofelijke puinhoop. Daken werden afgerukt, torenspitsen knakten als luciferhoutjes, gevels werden neergesmeten en bomen werden met wortel en tak uitgerukt. Het schip van de Dom, de kerk van het Duitse Huis, de kap van de Buurkerk en de spitsen van de Pieterskerk en Jacobitoren werden allemaal verwoest. Weken later lagen de straten nog steeds vol puin. Door de enorme betalingen aan de Fransen was er maar nauwelijks geld beschikbaar om de schade te herstellen. De stad kwam er dan ook maar langzaam bovenop.

Heb je suggestie voor dit verhaal?