

Dit straatje van dertig meter is genoemd naar iets wat je niet meer kunt zien.
Een wed was een glooiende oprit van het water naar de straat, veel minder steil dan een gewone kade. Daar kon een paard met een kar de lading omhoog trekken zonder dat beest of vracht het begaf. Elders langs de gracht moesten dragers de zakken op hun rug de helling op sjouwen, want de stadskraan verderop kon lang niet alles aan.
Het had nog een tweede functie. Vanaf de veemarkt op de Neude werd het vee hierheen gedreven om te drinken, door een tunnel onder de straat naar de waterkant. Die tunnel lag precies onder de stoep waar nu de terrassen staan.
Het woord zelf is ouder dan de stad. Een wed is een doorwaadbare plaats, een plek waar je het water in kon lopen, en je vindt het terug in plaatsnamen door het hele land.
Dat hier nu gegeten en gedronken wordt op de plek waar koeien stonden te drinken, zegt vooral iets over hoe snel een stad vergeet waar haar straten naar heten.
Heb je suggestie voor dit verhaal?